De rijke historie van ons Huys

Boek
een tafel

Een huys voor soldaten, maar ook voor krakers...

Aan de Oosterstraat 53 in Groningen staat een pand dat al eeuwen getuige is van de geschiedenis van de stad. Soldaten, diplomaten, krakers en reizigers van over de hele wereld: het Schimmelpenninck Huys heeft ze allemaal verwelkomd. Het behoort tot de tien belangrijkste rijksmonumenten van Groningen. En iedere kamer vertelt een stuk van dat verhaal.

Rutger Jan Schimmelpenninck, raadpensionaris van de Bataafse Republiek – Schilderij van Charles Howard Hodges (Publiek Domein – wiki)

Een van de oudste plekken van de stad

Prominente bewoners

De Oosterstraat is een van de oudste straten van Groningen, al voor 1040 bewoond. Het pand op nummer 53 stamt terug tot de 12e eeuw, toen hier een stenen patricierswoning verrrees op wat al eeuwen een levendige handelsroute was. Door de eeuwen heen groeide, verbouwde en veranderde het pand mee met de stad. De zijmuren, de fundering en de kelders bleven staan. Alles eromheen bewoog.

Wie er allemaal in dit huis gewoond heeft, leest als een greep uit de Groningse geschiedenis. Soldaten uit de Tachtigjarige Oorlog vonden er onderdak. Later woonde stadsadvocaat Lambert Sijlman er met zijn Engelse vrouw Lady Elisabeth Schotte. Hij liet de gevel in 1740 vernieuwen. Zijn wapenschild is nog altijd te zien in de rijk gebeeldhouwde geveltop, met het opschrift “renoverunt 1740”. Ook Groningens eerste tandheelmeester, de Duitse dokter Joseph Otte, heeft er zijn intrek genomen.

Het plafond dat alles veranderde

In 1802 kocht de Franse Luitenant-Generaal Jean-Baptiste Dumonceau het pand. Hij was commandant van de troepen in Groningen, Friesland en Drenthe, en liet het huis grondig opknappen. In de grote achterkamer liet hij iets bijzonders maken: een weelderig beschilderd plafond met daarin de portretten van vier prominente patriotten. Dumonceau zelf staat erop, samen met Pieter Paulus, Hendrik Midderigh en Rutger Jan Schimmelpenninck, raadspensionaris van de Bataafse Republiek.

Dat plafond is er nog steeds. Wie nu in de Barokzaal staat, kijkt omhoog in dezelfde ruimte waar Dumonceau ooit zijn gasten ontving. De vier gezichten kijken terug vanuit een plafond vol kleur en detail, alsof de tijd er nauwelijks vat op heeft gehad. Het is het soort moment waarop je beseft hoe oud deze muren werkelijk zijn. Kom gerust langs om het zelf te zien.

Verval en hergeboorte

Een nieuw hoofdstuk voor het Huys

Na de Franse tijd deed het pand nog van alles. Het was veilinggebouw, handelsbureau, en raakte uiteindelijk in handen van een projectontwikkelaar die het gedeeltelijk verhuurde en gedeeltelijk liet kraken. Het huis verkommerde. Het had zo verloren kunnen gaan.

Eind jaren tachtig werd het gered. Via de gemeente kwam het pand in handen van een eigenaar die het liet restaureren. Tijdens de werkzaamheden werd het Dumonceau-plafond herontdekt: bewaard gebleven onder lagen verf en tijd. Er werd besloten het pand een naam te geven die recht deed aan wat er was gevonden. Schimmelpenninck, de bekendste figuur op het plafond, gaf het zijn naam.

De kelder, de begane grond en de binnentuin van 600 vierkante meter kregen een horecabestemming. De bovenverdiepingen werden appartementen, later hotelkamers.

Het hotel groeide door de jaren heen uit tot 60 kamers verdeeld over zeven aaneengesloten historische panden. Het Huys werd gerenoveerd met oog voor wat het altijd al was.

Wil je zelf onderdeel worden van dit verhaal? Boek een kamer en slaap in een pand waar de geschiedenis tastbaar is.

Boek
een tafel
Boek
een kamer